Redacteur en hoogleraar interculturele communicatie David Pinto legt in ‘Dubbel clash: religieus en cultureel’ – De botsing tussen moderne en premoderne waarden uit waarom de waarden van de Verlichting en moderniteit worden bedreigd. Hij doet dat door het bredere kader van moderniteit, premoderniteit, cultuurtheorie en de ‘dubbele clash’ te schetsen. Hij benoemt eerst zijn eigen perspectief. Vervolgens bespreekt hij zijn ‘structurentheorie’, waarin hij de wereld heeft onderverdeeld in ‘fijnmazig’ en ‘grofmazig’ gestructureerde gebieden of culturen. Verder bestaan er ook ‘mixed’ structuren. Hij stelt dat de Piramide van Maslow past bij de grofmazige structuur, en heeft zelf een piramide bedacht voor de fijnmazige structuur.

Volgens jurist en filosoof Paul Cliteur in ‘Moderniteit en premoderniteit in de staatstheorie & de moord op Spinoza’ is de inpassing van religie binnen het politieke kader van de moderne tijd problematisch. Religie is een kracht die historisch gezien voor problemen heeft gezorgd, en vandaag nog steeds voor problemen zorgt. De hoofdvraag van dit artikel kan worden geformuleerd als: ‘Hoe kan men omgaan met het probleem van de accommodatie van religie binnen de moderne tijd?’ Aan de hand van vijf modellen kan de omgang van de staat met religie worden geschetst.

De oud-politicus Mat Herben (LPF) beschrijft in ‘Onder Den Uyl ontstond machtig partijkartel’ enkele overeenkomsten tussen Baruch Spinoza en Pim Fortuyn. Hij stelt dat alleen een democratische rechtsstaat die de veiligheid, de grondrechten en politieke vrijheden waarborgt, werkelijk oog heeft voor de waardigheid van de mens. Herben schrijft dat je zou verwachten, nu we de Verlichting doorgemaakt hebben, dat de verspreiding van het islamitisch fundamentalisme met kracht wordt bestreden. Aan de hand van een uitgave van Civis Mundi maakt hij duidelijk dat dit niet gebeurt. Sterker nog, de intellectuelen verraden de waarden van de Verlichting.

Coen de Jong schrijft over ‘De teloorgang van de religiekritiek’ en over de slapte en het gebrek aan principes van de Nederlandse bestuurlijke klasse tegenover het moslimfundamentalisme. Zowel progressieve als conservatieve politici onderkennen liever niet dat kritiek leveren op de islam in Nederland gevaarlijk is geworden. De neiging het gewelddadige karakter van het moslimfundamentalisme te bagatelliseren bestaat. Kritiek op de islam wordt steeds moeilijker.

Sid Lukassen bezint zich op het concept Leitkultur, ontwikkeld door de Duits-Syrische politieke denker Bassam Tibi. In ‘Over de noodzaak van een Leitkultur’ bezint hij zich op de existentiële crisis van het Westen, om vervolgens duidelijk te maken hoe een Leitkultur (die ondermijnd wordt door politieke correctheid) nodig is als oplossing van die crisis. De existentiële crisis van het Westen hangt samen met de uitholling van de ‘grote Westerse waarden’, de ‘academische monocultuur’ (links-liberaal), met het buitensluiten van opvattingen die niet passen bij het ‘links bastion’ en met ‘whiteshaming’. Om de ‘decadente cultuur’ van het Westen te genezen, is een Leitkultur nodig. Vredig samenleven geschiedt namelijk binnen specifieke voorwaarden, die van de Leitkultur. De Leitkultur is de nationale cultuur, die alle inwoners van een land bij elkaar houdt. De kerngedachte van de huidige leidende (postmoderne) cultuur is echter dat het Westen moet ophouden te zijn wat het altijd was.

Jan Storm’s ‘De kracht van de empirie’ wijst erop hoe gebrekkig de bevrijding van de burgers in het staatsrecht is doorgevoerd. Het nu heersende bestuurssysteem brengt onmondigheid van de gerepresenteerde burgers mee. Daarom wordt het tijd de ontplooiingsperspectieven van de Verlichting en het daaraan verbonden moderniseringsproces alsnog waar te maken. De auteur beschrijft kort de opkomst van de moderniteit en de empirie. De opkomst van de empirie wordt een ‘fantastisch gelukkige ontwikkeling’ genoemd, omdat empirie zichtbaar maakt welke methode het best werkt.

Dirk van der Blom gaat in op de dramatische moord van 2 november 2004: ‘Theo van Gogh, martelaar van het vrije woord’. Deze moord leidde ertoe dat burgers (inclusief politici) in toenemende mate angstig zijn geworden, en totaal geen kritiek op de islam meer durven geven. Met de moord op Theo van Gogh kan gesproken worden van de vestiging van de politieke islam in Nederland. De politieke islam is gevaarlijk en bedrijft politiek, gegrond op een premoderne godsdienst, waarin de grondrechten van de mens als autonoom individu ontkend worden. Van der Blom stelt ook een tot nu toe nog niet opgehelderd vraagstuk aan de kaak: hoe was het mogelijk was dat Theo van Gogh onder de ogen van de overheid door Mohammed B., die onder toezicht van de politie, de PID en de AIVD stond, vermoord kon worden?

Ton Nijhof gaat in ‘Verhinderde moderniteit’, net als Jan Storm, in op de relatie wetenschap en moderniteit. Hij begint zijn bijdrage met de opmerking dat geen andere conclusie mogelijk is, dan dat de westerse landen hun ontwikkeling voornamelijk hebben laten sturen door wetenschappelijke ontwikkelingen. Vandaag de dag vindt echter een waardevermindering van de idealen van de Verlichting plaats en dit hangt samen met de komst van immigranten vanuit premoderne maatschappijen, aldus de auteur. De auteur neemt waar dat een groot netwerk van ondersteunende instanties is opgebouwd teneinde de integratie van de immigranten in de westerse wereld te bevorderen. Omdat de overheid deze instanties financiert en de burgers financieel niets bijdragen, meent de auteur dat de integratieprojecten weinig steun onder de bevolking kan vinden.

De Nederlandse filosoof Floris van den Berg houdt in ‘Over doorgedraaid postmodern feminisme’ een pleidooi voor een liberaal feministisch reveil. Moderniteit is het project van de Verlichting dat streeft naar waarheid via rationele argumentatie en vrijheid van het individu. Feminisme behoort tot de kern van de moderniteit, en past juist niet bij de premoderniteit of bij het anti-modernistische postmodernisme. Toch is er vandaag de dag een stroming binnen het feminisme die niet meer lijkt te zijn georiënteerd op de idealen van de Verlichting, namelijk het postmoderne feminisme. Het postmoderne feminisme is ten prooi gevallen aan het multiculturalisme, het cultuurrelativisme en aan identiteitspolitiek. Van den Berg gaat uitvoerig in op het werk van een (voormalig) feminist van wie hij meent dat zij is afgedwaald van de verlichtingsidealen: Anja Meulenbelt. Van den Berg zegt: uiteindelijk kiest Meulenbelt voor het cultuurrelativisme en is zij, zonder het zelf te weten, racistisch.

Uitgever en historicus Perry Pierik stelt in ‘Zwarte zon – Spinoza in de schaduw van mei ’68 en de opkomende islam’ dat het historische geheugen van de mens kort is. Na de ‘korte 20ste eeuw’ ontstond de gedachte dat met het einde van de Koude Oorlog het modernisme compromisloos voort zou rollen. Dit is echter niet werkelijk gebeurd. De gehele westerse wereld ervaart de gevolgen van het islamitisch religieus extremisme. Er is een tegenbeweging ontstaan, die zich kritisch opstelt tegenover de islamisering van de westerse cultuur. Er is ook een groep die het ‘policor gedachtengoed’ aanhangt. Dit gedachtegoed is niet realistisch. De auteur meent dat het islamdebat populistisch gegijzeld is in Nederland en Europa, en dit baart hem zorgen. De Westerse waarden van Spinoza zijn kwetsbaarder dan we denken. Er is niets tussen enerzijds het ontkennen van de problemen van vandaag, en anderzijds xenofoob en/of islamofoob genoemd worden. Het Nederland van Spinoza zou als voorbeeld moeten dienen en niet moeten worden weggecijferd onder druk van militante gelovige nieuwkomers.