Een van de meest onverwachte ontwikkelingen in het eerste decennium van de 21ste eeuw is wat men de “opstand tegen de moderniteit” kan noemen. In de 17e en 18e eeuw kwam het “moderne denken” tot ontwikkeling. Uitgangspunt vormt het autonome menselijk individu.
Het menselijk individu is een wezen met een onvervreemdbare menselijke waardigheid. Het is aan niets en niemand onderworpen dan aan zichzelf. De culturele stroming die deze ontwikkeling begeleidde, is de “Verlichting”. De Verlichting is “de filosofie achter de moderniteit”. De Verlichting
was ook het gedachtegoed achter de grote politieke omwentelingen, de Atlantische revoluties: de Amerikaanse revolutie en de Franse revolutie. Nederland leverde aan deze ontwikkelingen een bijdrage met wat Jonathan Israël heeft genoemd de Radicale Verlichting. Deze gaat terug op het werk

van de grootste Nederlandse filosoof: Baruch Spinoza (Lat. Benedictus de Spinoza).

De verschillende auteurs aan dit boek gaan daarbij ook in op de vraag hoe die spanning tussen moderniteit en premoderniteit in hun eigen tijd en hun eigen leven gestalte heeft gekregen.